De afzetting van Veldhoven is een van de oudste en minst bekende Neogene afzettingen. Ze is vrijwel nooit aangeboord behoudens in diepe putten ten behoeve van de olie-industrie. Hierdoor kan uit de schaarse gegevens worden afgeleid dat de afzettingen sterk verdikken bij de grote breuken.
Een grof zandig tot kleiige mariene afzetting. Ze is mogelijk te verdelen in een zandige component onderin (zanden van Voort) en een kleiige (klei van Veldhoven) met lokaal sponsnaalden. Lokaal kan ze wat grind of schelpjes bevatten. Meer naar het noorden worden de afzettingen kleiiger. Er kan glauconiet in wisselende hoeveelheden in voorkomen. De afzetting is zeer zelden aangeboord en is moeilijk te onderscheiden van de bovenliggende Breda member.
In de afzettingen komen mogelijk een aantal coarsening-upward sequenties voor van fijn glauconiethoudend, zand met mica´s en bruinkoolresten naar grof glauconiethoudend zand met mica´s en bruinkoolresten. Kleilagen komen voor. Meer naar het zuidoosten (Nederrijnbocht) worden de afzettingen continentaler met bruinkoollagen. Nabij Eindhoven (KB 51o) wordt gesteld dat, hoewel de fauna ontbreekt, er een geleidelijke overgang is van Veldhoven in Breda afzettingen (geen aantoonbaar hiaat).
Volgens de nieuwe nomenclator van de TNO-NITG bestaat de lithologie in grote lijnen uit: + Zand, uiterst fijn tot zeer fijn (63 – 150 µm), lichtgrijs en groengrijs, glauconiethoudend, wisselend kleigehalte, glimmerhoudend. + Klei, (donker)groengrijs, siltig tot zandig, glimmerhoudend.
Binnen de Formatie van Veldhoven worden door NITG-TNO de volgende laagpakketten onderscheiden:
Ze is onder andere aangetroffen in de boring Veldhoven (typelocaliteit). Nabij Huibeven zijn de Veldhoven afzettingen mogelijk 80 meter dik, in de WP1-boring op Gilzerbaan is ze mogelijk niet aangetroffen. Hieruit zou kunnen volgen dat de Veldhoven afzettingen nabij Tilburg begrensd zijn door de Feldbiss. Deze afzettingen zouden uit het Chattien stammen. In Belgie wordt hier veel onderzoek naar gedaan.
De afzetting kent grote dikteveranderingen. Dit heeft waarschijnlijk iets uitstaande met breukwerking. De afzetting is voornamelijk beperkt tot een voorkomen oostelijk van de Rauwbreuk. Eindhoven (KB 51w): “In het gebied is het Onder-Mioceen moeilijk te definiëren. Lithologisch is hier geen discordantie tussen de Oligocene en Miocene lagen te constateren. De zogenaamde Oligocene-Miocene overgangslagen, die volgens deze opvatting het Onder-Mioceen vertegenwoordigen, laten een geleidelijke overgang zien van de lichtgrijs gekleurde glauconietzanden van het Boven-Oligoceen (Veldhoven) naar donkergekleurde, bruingroene glauconietzanden met wisselend kleigehalte (Breda, Midden-Mioceen)”
De dikte is rond de 220 meter west van een lijn Tiel-Zwolle en 130 meter ten oosten van deze lijn. De dikte kan oplopen tot 250 meter in de Nederrijnbocht.
In de Achterhoek (KB 28o/29) ligt een klei onder en zandige afzettingen daarboven. De afzettingen bestaan op dit kaartblad uit een afwisseling van donkergroengrijze zandige kleien en donkergroengrijze tot zwarte, fijne matig grove zanden. Bij Weerselo is ze maximaal 108 meter dik.
Te Gilze (50B-57) komt mogelijk een dunne erosierest van de afzettingen voor. Soms wordt een FE-zone aangetroffen (zie foraminifeer indeling). In België worden de afzettingen van de Formatie van Veldhoven deels gerekend tot Formatie van Voort (Maréchal & Laga (red.), 19881) en tot de Formatie van Eigenbilzen. In Duitsland komen de afzettingen van de Formatie van Veldhoven overeen met de Grafenberger Schichten en een deel van de Lintfort Schichten. De zandsteenblokken uit het Vijlener bos in Zuid-Limburg worden ingedeeld tot de Formatie van Holset (cf. Kuyl 19802). Zij behoorden mogelijk oorspronkelijk tot de afzettingen van de Formatie van Veldhoven.
De formatie vertandt met de Kölner Schichten van de Unterflözserien in Duitsland. Bij geleidelijke overgangen is verwarring mogelijk met Laagpakket van Eigenbilzen (Formatie van Rupel) direct onder de afzettingen van de Formatie van Veldhoven en het Laagpakket van Kakert (Formatie van Breda) direct boven de afzettingen van de Formatie van Veldhoven.
De foraminifeerinhoud is waarschijnlijk FE. Een verdere onderverdeling is beschreven in het bijschrift van kaartblad 28o/29. Op blad Beveland (KB 48o) ontbreekt de FE. Nabij Eindhoven (KB 51o) wordt de ondergrens gelegd bij het optreden van foraminfeer Asterigerina gürichi. Boring 50B-57 (Gilze) heeft, onder de zanden van Antwerpen en boven de Boomse Klei, Asterigerina gürichi en Virgulina schreiberseana._ Beiden zouden wijzen op onderste boven-Oligoceen.Boring 50E-341 (WP1) heeft een glimmerrijk deel net op de Boomse Klei van 25 m. Dit kan of Zanden van Voort zijn of (voorkeur) Afzettingen van Antwerpen.
Maréchal, R. & P. Laga (red.) 1988 Voorstel lithostratigrafische indeling van het Paleogeen Nationale Commissies voor stratigrafie, commissie: Tertiair.↩︎
Kuyl, O.S., 1975 Lithostratigrafie van de Mio-Oligoceneafzettingen in Zuid-Limburg In: Zagwijn, W.H. & C.J. van Staalduinen (eds.)Toelichting bij geologische overzichtskaarten van Nederland: 56-63.↩︎