Deze pompproef uit 2017 is gehouden op onderstaande locatie:
De filterstelling bevindt zich in de Glaciale afzettingen tussen -9/-19 [m NAP]. Het WVP is semi-confined onder een kleilaag op -3 [m NAP] en boven een scheidende laag op -57 [m NAP] (bron: REGIS)
Â
Op basis van sondering DKM20 is de laagopbouw hieronder opgenomen.
Opgemerkt wordt dat deze afzettingen overgeconsolideerd zijn waardoor de doorlatendheid van het WVP uit de boorbeschrijving (hier 605 [m2/dag]) een factor 4-5 lager ligt. Naast een doorlatendheidsbepaling op basis van afstand_tijd_debiet is van een serie peilbuizen de tijdmetingen beschikbaar. Deze metingen zijn hier te vinden.
Het gebruikte pythonscript voor de afstand_tijd_debiet bepaling is hier te vinden, de doorlatendheidsbepaling op basis van de tijdmetingen is hier te vinden. De laagopbouw is hier opgenomen.
Â
Op basis van het pythonscript is voor de bodemlaag aan de bovenzijde van het onttrekkingsfilter de volgende fit tussen de metingen (+) en de verlagingscurve gevonden. Deze fit lijkt goed te zijn voor de meetpunten >1 meter van de onttrekkingsbron. Het aantal meetpunten is beperkt
Op basis van de tijdmetingen is de fit over de peilbuizen goed te noemen, de kleuren in onderstaande figuur zijn berekend door TTIM, de gekleurde punten zijn de metingen. De fit is, zeker na 1 dag, matig. Dit kan het effect zijn van overconsolidatie van de glaciale matrix.