In een aantal groeves in de buurt van Rhenen komen pleistocene lagen aan de dag. Op de foto is een overzicht te zien van de Groeve Kwintelooyen (circa 1955). Andere groeven in het gebied geven een vergelijkbaar beeld. De lagen zijn over het algemeen gestuwd.
Een redelijk complete stratigrafie van de groeve is als volgt:
Het veen in unit 2 is op basis van pollen op Waalien gedateerd (De Jong1). Deze afzetting is in ieder geval Vroeg-Pleistoceen. Unit 1-3 zouden tot de Kedichemformatie behoren (op deze website is dit een onderdeel van de Tegelen afzettingen) .
Unit 4 heeft weinig vulkanische mineralen en zou tot het oudere deel van de Urkafzettingen (U1/S4) kunnen behoren. Units 5, 6 en 7 hebben veel augiet (en zijn daarmee waarschijnlijk jonger dan 0,6 Ma, mogelijk U2/Vg1). In unit 8 is de augiet vervangen door hoornblende en granaat. In de units 5-8 komt Scandinavisch kristallijn grind voor. Units 9 en 10 behoren tot de jongere Drenthe afzettingen.
Veel fauna zou uit de grindige basale laag van unit 5 komen, maar zeker is dit absoluut niet, ook andere lagen bevatten faunaresten. Het lijkt er op dat Unit 5 hier overeenkomt met Unit 3 in Wageningen-Fransche Kamp (ook jonger dan 0,6 Ma) op lithologische gronden. Naast fauna zijn tevens artefacten bekend.
Van Kolfschoten2 geeft de volgende vondsten:
Trogontherium cuvieri zou uitgestorven zijn in het Holsteinien, net zoals Talpa europaea. Hippopotamus zou alleen voorkomen in het Bavelien-Cromerien en het Laat-Pleistoceen.
Op basis van het voorkomen van Trogontherium cuvieri (pre-Holsteinien) en het feit dat de fauna als warm is te klasseren is een datering voor het Elsterien (MIS 12) in ieder geval voor de basis van unit 5 aannemelijk. De oudste leeftijd is daarnaast jonger dan de augietgrens (0,6 Ma) in unit 4. Hiermee blijft in ieder geval MIS 13 over. De blokken van unit 5 liggen dan onderin de U2 en zijn mogelijk te dateren op MIS 14. Een datering op MIS 15/ MIS 16 is overigens eveneens mogelijk waarmee een vergelijking met andere locaties aanwezig is.
De onderzijde van Unit 5 kan dan dateren uit het Elsterien (zie ook Belvedere) en de artefacten zijn dan mogelijk qua ouderdom net als in Belvedere MIS 9.
Consequentie is dan dat Arvicola terrestris spp. B ouder kan zijn dan Arvicola terrestris spp. A
Let wel: dan is de stuwing mogelijk MIS 12 en niet MIS 6-8, afhankelijk van het gegeven of de artefacten gestuwd zijn of na stuwing pas zijn achtergelaten (omdat door de stuwing vuursteen materiaal dagzoomde). .
De Jong, J. 1981 Pollen-analytical investigation of ice-pushed deposits of the Utrechtse Heuvelrug at Rhenen, The Netherlands Mededelingen RGD, 35-4, PP. 193-203↩︎
Van Kolfschoten, T 1990 The evolution of the Mammal fauna in the Netherlands and the Middle Rhine Area (Western Germany) during the Late Middle Pleistocene Mededelingen RGD, Volume 43-3↩︎