In de groeve Kärlich (Neuwieder Bekken, Duitsland, waar de Moezel in de Rijn uitkomt) zijn op de bodem van de groeve Tertiaire kleien ontsloten. Hierop volgen afzettingen uit het Pleistoceen. Deze opeenvolging geeft ook voor de Nederlandse afzettingen een goede tijdindicatie.
De locatie (K) van de groeve staat aangegeven in onderstaande figuur.
Op verschillende laagniveau’s zijn fossielen van zowel grote als kleine zoogdieren aangetroffen.
Het niveau Kärlich G is hierbij bijzonder rijk; de kleine-zoogdierfauna bestaat uit 23 soorten: 5 Insectivora, 1 Lagomorpha en 17 Rodentia. De samenstelling van de fauna wijst op de aanwezigheid van gebieden met een open vegetatie afgewisseld met enkele bossen en open of stromend water. De bosbewoners in de fauna indiceren interglaciale klimaatomstandigheden.
Een bodemvorming op unit H is onderzocht op flora en fauna-inhoud en blijkt gevormd te zijn in een warme tijd, lokaal bekend als het Kärlich-interglaciaal.
Unit Ga heeft in de zware-mineralen veel bruine hoornblende. Het ontbreken van (veel augiet) wijst mogelijk op een >0,6 Ma leeftijd voor Ga. Mogelijk ontbreekt de augiet overigens door een te kleine gemiddelde korrelgrootte van het sediment (augiet lijkt een voorkeur te hebben voor grovere korrelsgroottes). .
Een puimsteen in unit H is gedateerd op ca. 0,47 Ma. De slakkenlaag (Scorialaag)/Brockentuff tussen unit H en Ja is gedateerd op ca. 0,42 Ma.
De fauna in Kärlich G is stratigrafisch waarschijnlijk te correleren met Interglaciaal IV (of III) van het Cromerien complex. Een vergelijking met de Cromerien IV fauna van Miesenheim-I toont dat beide fauna’s voornamelijk ecologisch verschillen. Er zijn geen aanwijzingen voor een groot verschil in ouderdom.
Hiernaast zijn tevens op een aantal verschillende niveau´s artefacten aangetroffen
De fauna is onderverdeeld in een twaalf hoofdfauna´s te weten Unit A tot Unit Ja, naar Van Kolfschoten1 en Richter2
Een aantal punten van overeenkomst met de afzettingen in Nederland zijn:
De correlatie tussen de Sterksel en de Karlichreeksen is mijns inziens:
De mogelijke correlatie tussen noordwest-Europese vindplaatsen, archeologie, faunaniveau’s en tijdsindicatoren is hier te vinden.