In de omgeving van Tegelen en Belfeld is van oudsher een aantal zand- en grindgroeves aanwezig die de formaties van Veghel (Beegden), Tegelen (Waalre) en Sterksel exploiteren. In veel van die groeves is veldwerk verricht wat veel informatie heeft opgeleverd over de opbouw van die formaties. In deze groeves zijn tevens veel fossiele resten gevonden, met name uit de Tegelen afzettingen. Tussen de groeves in zijn breuken onderkend waardoor de afzettingen verschillende topografische hoogtes hebben.
Deze afzettingen zijn in meerdere opzichten van belang. Het lijkt er op dat de afzettingen uit de mineraalzone van Weert komen (de S4) hoewel grind en zware mineralen geen eenduidige bepaling toelieten. Dat zou kunnen betekenen dat de nauwkeurige (meterschaal) lithologische beschrijving zouden kunnen “passen” in de grafiek van Lisiecki2. De fit is goed te noemen in het tijdvak MIS 16 - MIS 15. De vergrovingen in de groeve komen goed overeen met de veranderingen in deze grafiek.. Dat zou dan weer impliceren dat dit deel van de Peelhorst een MIS 15 top heeft op 48 [m+NAP], de top van de afzettingen in deze Groeve Maalbeek, en mogelijk een flinke opheffing heeft gekend na de afzetting van de MIS 16 afzettingen hier.
Deze sequentie gaat in het oosten van de Centrale Slenk naar boven toe over in afzettingen van de Veghelformatie. Nabij Maalbeek heeft de Veghel een 20-25 meter diepe riviervlakte uitgesleten in de Sterksel, Tegelen en Kiezeloolietafzettingen ter plekke. Deze insnijding (aan de oostzijde van de Peelhorst) postdateert dus de MIS 15. In de bovenste door Lapperre beschreven unit komt voorts een aantal sterk verweerde kleibrokjes voor met een witte kleur (mogelijk kaoliniet). Ook dit zou kunnen wijzen op MIS 15 (Rosmalen interglaciaal). Aan de top van hun unit 2 (op 45,5 meter) komen zogenaamde convolute structuren voor. Misschien is dit cryoturbatie ten gevolge van het koudste deel van MIS 16 op 630 Ka.