De leeftijd van het Belvedèrien

Introductie

In de zomer van 1987 is in de grindgroeve Belvedère nabij Maastricht onderzoek gedaan naar vuursteenartefacten die werden aangetroffen in fijnkorrelige afzettingen, gelegen op grove grinden die worden toegerekend aan de Caberg-terrassen van de Maas. Over de bevindingen is een uitgebreide rapportage verschenen (Vandenberghe, 19871, 19932).

Dit artikel stelt een alternatief voor de originele datering van Vandenberghe (MIS 7, het Hoogeveen interstadiaal) voor. Er is een mogelijkheid dat de afzettingen tot MIS 9, het Landes-interglaciaal, behoren. Dit brengt de artefacten meer in lijn met andere vondstplaatsen in Noordwest Europa.

Locatie

Op onderstaande figuur de locatie van de groeve aangegeven (kaart uit 1988) binnen het zwarte vierkant Na afloop van de grindwinning is de groeve gebruikt als stortplaats. Boringen en sonderingen op deze locatie die na 1989 gezet zijn geven dan ook geen grind (dat is gewonnen) maar een mix van ‘rommel’.

Belvedère onderzoek

Op basis van de beide rapporten zijn de volgende uitgangspunten bekend,de Belvedèreafzettingen worden in 1993 geïnterpreteerd als vroeg-Saale. Dit gebeurde op basis van de volgende argumenten en feiten:

Ligging profiellijnen

Tussen de eerste vondsten van artefacten (pre-1982 en de laatste opgravingen (1989) is de grindwinning doorgegaan. Hierdoor is de wand in de loop van de jaren naar het zuiden verplaatst en kwamen er keer op keer nieuwe vondsten en profielen vrij. In onderstaande figuur (op de hedendaagse kaart) zijn een aantal locaties van de wanden (op jaartal) opgenomen in combinatie met opgravingssites (A-N). Op deze kaart is verder de mogelijke loop van de rivier (Maas?) opgenomen waarin de kalkafzettingen zijn aangetroffen en waar op de oever de artefacten zijn aangetroffen.

 

Opbouw Ondergrond

 

Veldwerk 1987

In juni/juli 1987 is in het kader van samenwerking tussen o.a. de Rijksuniversiteit Leiden en de Vrije-Universiteit Amsterdam een opname van de diverse aanwezige ontgraven wanden gemaakt. Hieronder zijn de verschillende (interne) rapportages terug te vinden:

 

Algemene opbouw

De opbouw van de lokale ondergrond wordt gekenmerkt door een pakket van 8 meter loss op een grindrijke ondergrond. In het profiel hebben de loss afzettingen de codering Unit-6 en -7. De grindrijke ondergrond heeft als codering Unit-3. De onderliggende Unit 2 mergels worden tot de Formatie van Tongeren gerekend (Paleogeen), Unit-1 zijn kalksteenafzettingen uit het Krijt. Unit 4 en 5 zijn fluviatiel afzettingen die een fine-up sequentie vertegenwoordigen. De afzettende rivier was uitgaande van de breedte in het profiel waarschijnlijk een oude Maasloop.

 

Sonderingen

Zoals al eerder gesteld zijn boringen en sonderingen van de ‘correcte’ ondergrond in deze omgeving schaars (omdat een groot deel van het grind tussen +44 en +52 [m NAP] is weggegraven en vervolgens het gat is opgevuld met ‘rommel’). Niettemin zijn er ten zuiden van de oorspronkelijke groeve nog een aantal sonderingen te vinden (opgenomen in het DINOloket) waar de oorspronkelijke bodemopbouw in aanwezig is. Op basis van de standaard bewerking en de k-waarde bepaling zijn onderstaande bewerkingen van de sondering CPT…..7648 (zonder U2_waterspanning) en CPT….7654 (met U2 waterspanning) wordt de suggestie gewekt dat de in de groeve gevonden sequentie ook zuidelijker is terug te vinden.

Indeling NedBel

Op basis van circa 350.000 sonderingen zouden de verschillende bodemlagen (verhouding Conusweerstand_Wrijvingsgetal) als volgt kunnen worden geklasseerd:

Toegepast op de sonderingen ten zuiden van de oorspronkelijke groeve is dit:

In sondering …7648 lijkt een duidelijke verschil aanwezig te zijn van de meer kleiige Unit 7 en de meer lemige Unit 6. De Rocourt-bodem uit zich als een aparte sondeerunit met meer fijne delen (hoger wrijvingsgetal) dan de onderliggende zanden.

In sondering…7654 valt op dat rond +59 [m NAP] een mogelijk OCR niveau aanwezig is in de U2 sonderingen. Dit betreft de hoogte waar de U2 onder nul zakt (rode kleuren) en onder -0.7 [m] (paarse kleuren), de lage waarden rond 59 [m NAP] zijn dan mogelijk te relateren aan de cryoturbaties van Unit 6 (Vandenberghe, 1987)

 

Profiel

Hier is een schematisch profiel opgenomen. De legenda hiervan is hieronder opgenomen. Dit profiel is samengesteld aan de hand van veldopnames. Het betreft een Oost-West profiel.

 

Datering van de Belvedèreafzettingen

In onderstaande tabel is een indeling gegeven van de Belvedèreafzettingen in een chronologisch kader. Hiervoor werden de volgende aanwijzingen gebruikt:

 

Een en ander kan de volgende onderverdeling worden opgesteld:

 

Conclusie

Als het Belvedère interglaciaal te correleren is met MIS 9 (Landes) verschuift de datering van de “oudste Nederlander” naar 0,30 - 0,32 Ma. De captatie nabij Toul is dan te dateren op 0,30 Ma of 0.32. de jongste datering komt dan overeen met de franse metingen.

Het artefact in eenheid 3 (uit de terrasgrinden) zou nog ouder kunnen zijn.

 

 


  1. VANDENBERGHE, J.; W. ROEBROEKS & T. VAN KOLFSCHOTEN: Sedimentary processes, periglacial activity and stratigraphy of the loess and fluvial deposits; part I Mededelingen RGD, nr 40, 1987↩︎

  2. VANDENBERGHE, J.; W. ROEBROEKS & T. VAN KOLFSCHOTEN: Maastricht-Belvédère: Stratigraphy, palaeoenvironment and archaeology of the Middle and Late Pleistocene deposits; Part II, Mededelingen RGD, nr 47, 1993↩︎

  3. Krook, L. 1993 Heavy minerals in the Belvédère deposits Mededelingen RGD, nr 47, pp. 25-30↩︎

  4. SVT Lorraine,↩︎

  5. Kolfschoten, T. van 1993 The mammal fauna from the xx interglacial deposits at Maastricht-Belvédère Mededelingen RGD, nr 47, pp. 51-60↩︎

  6. Kolfschoten, Thijs. (1985). The Middle Pleistocene (Saalian) and Late Pleistocene (Weichselian) mammal faunas from Maastricht-Belvedere (Southern-Limburg, The Netherlands. Mededlingen Rijks Geologische Dienst. 39. 39-1.↩︎

  7. Huxtable J. 1993 Further thermoluminiscence dates for burnt flints from Maastricht-Belvédère and a finalised age for the Unit IV Middle Palaeolithic sites Mededelingen RGD, nr 47, pp. 41-44↩︎

  8. Bates M. 1993 Preliminary amino acid epimerization age estimates from the Maastricht-Belvedère and Wageningen-Fransche Kamp sites in the Netherlands (a short note) Mededelingen RGD, nr 47, pp. 47-50↩︎

  9. Meijer, T. 2000 A review of the occurence of Corbicula in the Pleistocene of North-West Europe Geologie en Mijnbouw, 79, pp 241-255↩︎

  10. Duistermaat H.. 1993 The interglacial mollusk fauna from Maastricht-Belvédère Mededelingen RGD, nr 47, pp. 51-60↩︎

  11. Roebroeks, W. 1993 On the archeology of the Maastricht-Belvédère pit Mededelingen RGD, nr 47, pp. 69-80↩︎